De relatie tussen Artificiële Intelligentie (AI) en economie

De menselijke, natuurlijke, biologische intelligentie is beperkt en zal uiteindelijk overtroffen worden door niet-biologische, artificiële intelligentie. De accelererende en zich exponentieel ontwikkelende computercapaciteit ten gevolge van de technische vooruitgang speelt hierbij een hoofdrol. AI-systemen verwerven kennis door autonome leerprocessen van machines (robots) en door adaptieve interactie met de omgeving. Men noemt deze ontwikkeling wel de “singulariteit”.

Voor de mensheid en de economie zijn er grote gevolgen:

  1.  verbetering van gezondheid door het uitbannen van ziektes met behulp van nanomedicijnen, zonder akelige nevenverschijnselen.
  2.  veroudering van de mens. Volgens Aubrey de Grey wordt de mens in de niet zo verre toekomst zo’n 800 à 900 jaar: “Methuselarity”.
  3.  Whole brain emulation: het geheel of gedeeltelijk kopiëren of transfereren van de informatie in de hersenen naar digitale opslagsubstraten of een ander brein zonder overlijdensrisico.
  4.  Mind-uploading: de snelheid van het denken wordt enorm opgevoerd.
  5.  Artificial Life (A-Life): door artificiële cellen in plaats van biologische cellen heeft Craig Venter in mei 2010 met zijn team een synthetische levensvorm gecreëerd.

 

AI-geïnspireerde systemen zijn reeds geïntegreerd in alledaagse technologieën: computergestuurde auto’s, programma’s voor autonome planning van de NASA in de ruimte, en spelprogramma’s (Deep Blue versloeg Kasparov in 1996 en IBM’s Watson versloeg de kampioen-quizkandidaten van Jeopardy! in 2011). Er zijn artificiële taalprogramma’s en er is artificiële schilderkunst, artificiële muziek, artificiële literatuur, artificiële humor en zelfs artificiële stupiditeit (opzettelijke fouten in computerprogramma’s).

Voor de economie zijn grote productiviteitsstijgingen te verwachten, met gevolgen voor werkgelegenheid, arbeidsmarkt en lonen. De ongelijkheid tussen “augmented” mensen, mét AI, en de minder bedeelden zal toenemen, hoewel voor de laatste categorie zeker arbeidsplaatsen beschikbaar zullen blijven.

De kostenstructuur verandert sterk: de hoge vaste kosten van R&D gaan gepaard met lage marginale productiekosten.

Voor de werkgelegenheid en de lonen is het belangrijk of machines de mens zullen vervangen of dat machines en de mens complementair zijn aan elkaar.

Volgens het comparatief voordeel van de mens ten opzichte van machines in termen van efficiency zal de mens werk vinden in die sectoren waarin zijn absolute nadeel het kleinste is of zijn absolute voordeel het grootste. In feite werken de mens en robots samen om meer te produceren, markten te veroveren en te concurreren met andere systemen van mens-robot.

Het gaat er niet om te concurreren tegen machines, maar om met machines samen te werken en deze te benutten.