De ondernemende alfa

Het is een veelgehoorde klacht dat Nederland te weinig bèta’s heeft. Toch is de snelst groeiende tak van industrie de creatieve industrie, waarbinnen niet zozeer bèta’s maar een groeiend aantal alfa’s werkzaam is. Dat is opzienbarend, omdat de alfawetenschappen niet als economisch nuttig worden gezien. Maar de alfa- of geesteswetenschappen zijn aan het veranderen. Er vindt een digitale omwenteling plaats waarbij alfa’s samen met informatici digitale producten ontwikkelen. Deze omwenteling is zeer recent in gang gezet mede dankzij zaaigeld van Nederlandse universiteiten en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Het oorspronkelijke idee was om traditionele geesteswetenschappers eens te laten samenwerken met commerciële partijen op het terrein van taal, literatuur, muziek, film, kunst en geschiedenis. Het bleek een gouden greep.

Het materiaal waar alfawetenschappers mee werken is dan ook van een ongekende rijkdom en complexiteit: schilderijen, handschriften, historische bronnen, films, muziekopnamen. Hoe ontwerp je een digitale aanpak die met zulke gegevens kan omgaan? Als je dat hebt opgelost, kun je de wereld aan.

Zo onderzoekt het project De Digitale Grachtengordel welk schilderij waar hing in de Amsterdamse Gouden Eeuw en wie waar woonde. Dit bouwt voort op jarenlang kunsthistorisch onderzoek dat echter nooit buiten de universiteiten bekend is geworden, laat staan gebruikt. Nu wordt de door kunsthistorici ontwikkelde database voor het eerst geïntegreerd met geografische informatiesoftware. Dat is uitgemond in een app: al wandelend door de stad komen we te weten waar schilders en schrijvers woonden, met wie ze waren getrouwd en waar bijvoorbeeld de Nachtwacht oorspronkelijk hing. De hele creatieve industrie van de Gouden Eeuw kan er mee worden blootgelegd. En vervolgens die van latere eeuwen, en zelfs die van vandaag. Waar bevinden zich in Amsterdam de creatieve kenniswerkers, wat is hun netwerk, en vooral: wat maakt een stad tot een economisch en cultureel succes? Een uiterst relevante vraag.

Een heel ander project zoekt uit hoe we een muziekstuk kunnen vinden dat lijkt op een ander muziekstuk. Dit is een oud probleem, maar bestaande oplossingen maken nauwelijks gebruik van muzikale kennis over bijvoorbeeld metrum, harmonie, timbre en instrumentatie. Dankzij een inspirerende samenwerking tussen musicologen en informatici wordt voor het eerst een muzikale app gebouwd waarin juist wel kennis van muziektheorie is verwerkt.

Andere samenwerkingsverbanden houden zich bezig met het automatisch detecteren van emoties in films, het toegankelijk maken van alle parlementsverslagen van de afgelopen twee eeuwen, of op basis van tweets zeer nauwkeurig iemands geslacht en leeftijd kunnen schatten. De resultaten blijken opnieuw interessant voor zowel onderzoekers, bedrijfsleven als overheid. De ontwikkeling van software is niet meer het exclusieve domein van de bèta. Sterker: het is vaak de alfa die de complexiteit van taal, schilderijen, muziek, manuscripten en historische bronnen beter op waarde kan schatten en kan omzetten naar een concrete toepassing. Vanuit ICT-perspectief wordt al gesproken over de humanities als The Next Big Thing. Kortom, we moeten af van het idee dat alleen bèta’s innoveren. De toekomst van een kennisland als Nederland ligt in handen van ondernemende alfa’s.