De kloof tussen de burger en het individu

Politici klagen over ‘de kloof tussen politiek en burger’. Die kloof zou erin bestaan, dat de politicus de burger niet weet te bereiken en dat de burger zich niet herkent in wat de politicus doet en zegt. Die voorstelling van zaken klopt niet op minstens één belangrijk punt.
 
Er is een verschil tussen een ‘individuen’ en een ‘burgers’. Het individu heeft zijn eigen individuele belangen en behoeftes en bekommernissen. ‘Burger’ daarentegen is de aanduiding voor iemand als lid van een politieke samenleving. Een burger is – als burger – gericht op de noden en belangen van die samenleving waarvan hij deel uitmaakt.
 
Als er een kloof is, dan ligt die tussen de mens als individu en de mens als burger. Mensen worden inderdaad steeds meer individu en steeds moeizamer burger. Daar zijn allerlei oorzaken voor, die veelal worden samengevat onder de hoogst vage term ‘neo-liberalisme’.
 
Eén van die oorzaken licht ik eruit: de wijze waarop politici veelal aan politiek doen en over hun politieke activiteit spreken. Daarbij beroepen zij zich namelijk veelal op de mensen als individuen en in ieder geval richten zij zich tot die individuen met hun individuele belangen, behoeftes en bekommernissen: ‘de mensen in het land willen dit of dat’.
 
In plaats van mensen aan te spreken als burgers, spreken politici hen veelal aan als individuen. Daarmee bevestigen zij hen in hun individualiteit en ontkennen ze hun burgerschap. Ze veroorzaken zo mede de kloof die ze vervolgens geheel verkeerd begrijpen.
 
Of dit het beste idee van 2013 is? Het is niet mijn idee en ook niet uit 2013: het is slechts mijn, hedendaagse, vertaling van een gedachte uit de Politika van Aristoteles: ‘de mens is bij uitstek een politiek wezen, omdat alleen de mens notie heeft van goed en slecht, van rechtvaardig en onrechtvaardig en dergelijke. En politieke gemeenschap bestaat in gemeenschappelijkheid in deze zaken.’ (vrij naar: Politika 1252 b 31 - 1253 a 19)