De comeback van de biobrandstof

Een raadsel: het leeft in zoutwater, haalt zijn energie uit zonlicht en kooldioxide en produceert biobrandstof. Rara wat is dat? Het antwoord: het beste idee dat ik in 2013 ben tegengekomen.  

“Stop schadelijke biobrandstoffen. We moeten voorkomen dat voedsel en brandstoffen met elkaar concurreren”, aldus D66-Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy op zijn website. Gerbrandy  is geen roepende in de woestijn. Integendeel, biobrandstoffen staan in een kwaad daglicht. Mede door succesvolle campagnes van milieuorganisaties is er een Pavlov-reflex ontstaan waardoor bij het horen van het woord ‘biobrandstof’ meteen een ‘fout’ belletje gaat rinkelen. Is er dan nog hoop voor biobrandstoffen? Ik denk van wel.

Als onderzoeker bij het Rathenau Instituut volg ik de ontwikkelingen op het terrein van de synthetische biologie op de voet. Synthetisch biologen verkrijgen steeds meer controle over de bouwstenen van de natuur – het DNA – om daar vervolgens ‘nieuwe’ nuttige micro-organismen mee te ontwerpen. Om een indruk te krijgen van de laatste ontwikkelingen bezocht ik een KNCV-symposium gewijd aan deze thematiek. Daar hoorde ik een verhaal van Andreas Angermayr (Universiteit van Amsterdam). Angermayr is een van de onderzoekers die cyanobacteriën (ook wel bekend als blauwalgen) herontwerpt, om ze biobrandstoffen te laten maken. Wat maakt deze beestjes volgens hem nou zo bijzonder ten opzichte van andere micro-organismen die gebruikt kunnen worden voor biobrandstofproductie? 

Ten eerste overleven cyanobacteriën, in tegenstelling tot andere micro-organismen, door middel van fotosynthese. Om in hun energiebehoeften te voorzien, hebben ze dus genoeg aan zonlicht én CO2. Daarnaast hebben cyanobacteriën geen biomassa nodig om brandstof te maken, maar produceren ze eigenhandig het gewenste product. Daardoor speelt het ‘geen-voedsel-in-de-tank-probleem’ hier geen rol. Een mooie bijkomstigheid is dat in het productieproces zuurstof als bijproduct ontstaat. Ten slotte is het handig dat de beestjes gehouden kunnen worden in (tanks met) zeewater, waar we meer dan genoeg van hebben. Met algen kun je ook onder deze gunstige voorwaarden biobrandstof maken, maar cyanobacteriën zouden een veel grotere opbrengst hebben.

Al met al zijn de beloften die worden gedaan niet gering. Of de wetenschap erin zal slagen om deze beloften waar te maken, moet de tijd nog uitwijzen. Maar als het ze lukt, denk ik dat de politiek en maatschappij de nodige openheid en durf op zullen moeten brengen om de hardnekkige Pavlov-reflex af te leren. Zullen de politiek en maatschappij in staat zijn om het negatieve stigma van biobrandstoffen te doorbreken of wacht de cyanobacteriën hetzelfde lot als genetisch gemodificeerde organismen: de GMO-OMG!-reflex? Als geboren optimist ga ik uit van de eerste variant.